Marieke Sanders: Evaluatie is de kern van het Handvest

Marieke Sanders yn Tresoar (foto Fryske Akademy, Richard de Boer)

De waarde van het Handvest voor Regionale en Minderheidstalen wordt eigenlijk bepaald door de driejaarlijkse evaluatie. Dat zei Marieke Sanders van de Committee of Experts van de Raad van Europa vrijdag in Leeuwarden. Oud-Europarlementariër Sanders (VVD) ontving hier een position paper van het EBLT naar aanleiding van het feit dat Nederland maar liefst één jaar te laat is met het inleveren van het driejaarlijkse rapport bij de Raad van Europa. “Nederland was ooit één van de eerste vijf landen die het Handvest ratificeerde. Dan is het eigenlijk wel schandalig dat Nederland al voor de tweede keer al meer dan één jaar te laat is”, zei Sanders bij Tresoar.

Volgens de ervaring van Sanders is regelmatige en tijdige evaluatie van het Handvest essentiëel om een goede dialoog tot stand te brengen tussen overheid en minderheden. In de praktijk worden juist vlak voor, tijdens en na de driejaarlijkse evaluatie afspraken gemaakt om problemen aan te pakken. In Nederland zijn er momenteel voldoende issues die volgens Sanders om aandacht vragen. De oud-politica noemde onder meer de positie van het Fries bij de rechtbank, de onzekere toekomst van Omrop Fryslân en de positie van het Nedersaksisch.


Behalve aan Sanders werd het position paper ook aangeboden aan de Tweede Kamerleden Magda Berndsen (D66) en Lutz Jacobi (PvdA). Beiden zeiden toe in de Tweede Kamer aandacht te zullen vragen voor de positie van de minderheidstalen. Berndsen maakt zich vooral zorgen over de positie van de Leeuwarder rechtbank. Die wordt volgens haar langzaam uitgekleed. Steeds meer zittingen worden volgens haar verplaatst naar Groningen, waardoor het nog maar de vraag is of het in de praktijk wel mogelijk blijft om Fries te spreken bij bij voorbeeld de familierechter.
“It wurdt hast wer tiid foar in Twadde Kneppelfreed”, voegde Jacobi er aan toe. Jacobi zei verder dat het voor haar als een paal boven water staat dat Omrop Fryslân zelfstandig blijft.

Voorzitter Annigje Toering (FNP) van het Steatekomitee Frysk vindt dat het hoog tijd wordt dat Rijk en Provincie leren om veel soepeler en efficiënter samen te werken op het terrein van de minderheidstalen. Pas dan kan veel meer vooruitgang worden geboekt met de implementatie van de Wet Gebruik Friese Taal van 2014. In die wet – over Fries bij de overheid en de rechtbank – staan goede zaken, maar de gewone man en vrouw in Friesland merken er nog veel te weinig van, vindt Toering.

Reagearje

Dyn e-mailadres wurdt net publisearre.